Sint Anthonis – Tandenloze tijger of een krijger zonder wapen. Zo kon DSV worden getypeerd in het bloedeloze duel tegen Heijen. De tegenstander uit Limburg was niet veel beter, waardoor de einduitslag (0-0) logisch was.

In de tiende minuut zorgde DSV voor het eerste gevaar. Stef van Asten – dit seizoen in de spits begonnen – kreeg de bal echter niet achter de keeper gewerkt.
Klik op de 1e foto en dan staat daar een interview met Stan Raaijmakers.

Heijen nam daarna het initiatief even over. Met iets verzorgder technisch spel deelden de rood-blauwen een paar speldenprikken uit, zonder écht gevaarlijk te worden. Halverwege de eerste helft werd een vrije trap van Jeroen Peeters van de rechterkant van het veld, net over het doel gekopt. Een paar minuten later draaide Nedim Cirak zijn achterwerk á la Gerd Müller goed naar zijn tegenstander, maar hij zag zijn inzet gesmoord.

En ook een schot van de altijd bezige Stef van Asten van buiten de zestien, werd door de keeper gekeerd. Echt dreigend werd DSV niet. Net zomin als Heijen, want de verdediging van de groen-witten hield goed stand. Stefan Verberk passte regelmatig prima in. Maar vanaf het middenveld, was zelden een creatieve voorzetting te bewonderen. Eén-twees en steekpassjes, waren op sportpark De Laan niet te zien.
Na de rust probeerde buffelaar Marius Peeters schreeuwend zijn ploeg op sleeptouw te nemen. “Win duels! Lichaam gebruiken!”, galmde het over het veld. Het was niet genoeg om DSV nieuwe spirit te geven. Veel toevalsvoetbal. In de 57ste minuut veerde het publiek even op. Een strakke bal van Merijn Jacobs, kwam op maat op de vleugel aan bij Jeroen Peeters. Jeroen gaf vervolgens een voorzet die over iedereen heenzeilde. Het was een beetje kenmerkend voor de wedstrijd: goede bedoelingen, maar veel was ‘net niet’. Heijen raakte even later de paal en kreeg een mooie kans om de leiding te nemen na een korte slalom in het strafschopgebied. Maar ook de Noord-Limburgers hadden niet de stootkracht om de tegenstander pijn te doen. Toen de prima leidende scheids voor het laatst op zijn fluit blies, merkte een kleine DSV-supporter van een jaar of zeven op: ‘het was een saai potje, hoor.’ En daar kon niemand een speld tussen krijgen..



Speciaal Bij DSV speelde de 18-jarige Stan Raaijmakers deze wedstrijd voor het eerst mee vanaf het beginsignaal. Hij speelde als verdediger een heel verdienstelijke match. Volgens Stan was-ie niet zenuwachtig geweest. “In de jeugd hoopte ik ooit in het eerste te mogen spelen. Nee, van spanning had ik geen last. Wel kreeg ik op het eind kramp. Ik heb dit seizoen nog niet veel kunnen trainen.” Stan vond dat zijn team meer druk naar voren had moeten zetten. “Dat kwam er niet uit. Bovendien gingen in de tweede helft veel duels verloren. Dat was jammer. Toch was het een speciale wedstrijd. Ook voor mijn vader (Grad), want die heeft ook in DSV 1 gespeeld.



Door Arie Cornelissen